Bouw van de schelp



- De opperhuid
Haast alle schelpen hebben aan de buitenkant van de schelp een opperhuid. Bij sommige soorten is die heel dik. Andere soorten hebben een dunne opperhuid.

- De kalklaag
Onder de opperhuid ligt de kalklaag. Bij de meeste soorten is dit de dikste laag.

- De parelmoerlaag
Veel schelpen hebben aan de binnenkant van de schelp een parelmoerlaag. Bij sommige soorten heeft die laag prachtige kleuren.

- De slotband
Tweekleppigen bevestigen beide schelpen aan elkaar met een leer-achtige band, de slotband. Bij sommige soorten is die heel stevig, bij andere soorten dun en zwak.

- De mantellijn
Aan de binnenkant van de schelp is vaak te zien waar het dier aan de schelp vast zat. We noemen dit de mantellijn.

- De mantelbocht
Bij gevaar trekt het weekdier de siphobuis terug in de schelp. De mantellijn wijkt op deze plaats terug en maakt een bocht. Weekdieren met een lange sipho die diep in het zand leven hebben een grote mantelbocht. Weekdieren met een korte sipho hebben een kleine of geen mantelbocht.

- De spier-indruksels
Om de beide schelpen dicht te kunnen doen, beschikt een tweekleppig weekdier over sluitspieren. De plaats waar die spieren vastzitten aan de schelp, is vaak goed zichtbaar.

Klik op een fotootje voor een vergroting